Deel deze pagina:

BURST – Voormalig Europees vicekampioene U23 Leen Dom vervoegt de staf van de Vlaamse Judofederatie als Directeur Sportkaderopleiding (DSKO). Leen zal naast deze belangrijke functie inzake opleidingen (50%) ook betrokken zijn als projectmanager (20%). Leen Dom is trouwens geen onbekende binnen de federatie. In het verleden was ze reeds bij de VJF aan de slag als sporttechnisch coördinator.  

Leen is van opleiding master in de Lichamelijke Opvoeding en is tevens trainer A 6de Dan. Ook als competitiejudoka en voormalig topsporter liet ze zich in het verleden opmerken met hoogtepunten als brons op het Europees kampioenschap Junioren in Boedapest (2001), zilver en brons op het EK U23 ( Ljubljana 2004 resp. Kiev 2005), zilver op het 2de WK U20 in Jeju, Korea (2002) en goud op de World Cup in Rome (2006) in gewichtscategorie -48kg. Ze is tevens tweevoudig landskampioen bij de junioren en senioren.

We hadden een gesprek met de kersverse DSKO van de federatie over haar eigen judo-ervaringen en welke accenten ze als DSKO wenst te leggen. 

Terugkeer naar VJF

Vanwaar de terugkeer naar de VJF? “Onmiddellijk na de stopzetting van mijn carrière als topsporter in 2008 werd ik sporttechnisch coördinator van de VJF. In deze periode heb ik met overgave, weliswaar met vallen en opstaan, voor de VJF gewerkt. In de zomer van 2012 werd ons eerste zoontje geboren. De afstand naar Zele werd me wat te veel,” aldus Leen. “Misschien was hierdoor de motivatie ook wat minder. Een nieuw leventje in huis bracht heel wat verandering met zich mee. Ik maakte vervolgens de overstap naar de sportdienst van de gemeente Sint-Katelijne-Waver. Een functie die ik graag heb ingevuld, maar ik miste de gedrevenheid en het enthousiasme waarmee ik voor het judo werkte. De functie van DSKO werd onlangs dan opnieuw opengesteld. In eerste instantie onbespreekbaar voor mij omdat we in volle Coronacrisis zaten en ik mijn werkgever niet in de steek wou laten. Het bleef echter kriebelen om terug naar het judo te gaan. Gelukkig was mijn toenmalige werkgever  op de hoogte van mijn achtergrond in het judo en was er ook daar snel begrip voor deze beslissing.” 

De jonge jaren

Elke topsporter en kampioen start als een groentje. Zo ook Leen. “Ik ben gestart met judo toen ik 11 jaar oud was,” herinnert Leen zich. “Een vriendje deed aan judo. Ik zocht toen ook een sport en ben eens mee naar de training geweest en was onmiddellijk verkocht. Ik ben dus eigenlijk heel toevallig in het judo terecht gekomen. Vanaf mijn eerste stappen op de tatami ben ik heel goed begeleid geweest door het trainersteam van Judoteam Duffel, waaronder 6de Dan Cris De Bleser, het huidige lid van de Sport voor Allen Commissie Raf Tits en CGT-lid Ann de Brabandere. Deze begeleiding vormde de basis voor mijn ontwikkeling tot topsporter, maar zeker ook gewoon als de judoka en trainer die ik nu ben. Het is een ambitie om ook voor Judoteam Duffel een brede basis aan kwaliteitsvolle trainers te blijven vormen. Gelukkig hebben we in Duffel een heel gemotiveerde en sterke groep jonge trainers die wekelijks met de nodige ernst op de mat staan. Het zijn deze trainers en de voorbeeldfunctie die zij opnemen die op langere termijn het voortbestaan van onze club bepalen. Een ambitie die ik graag doortrek naar mijn nieuwe functie als DSKO judo.”

Favoriete techniek

Haar favoriete Ne Waza-techniek is Juji-gatame. “Da’s een techniek die zo veel mogelijkheden geeft. Vanuit heel wat houdingen, in verschillende schakelbewegingen. Ook in overgang naar Ne Waza is dit een zeer efficiënte techniek. Ik behaalde er mijn eerste medaille op een EK mee,” vindt Leen. Inzake Tachi Waza kan ze moeilijk kiezen. “Een Tomoe-nage heb ik altijd heel graag uitgevoerd. Het is spectaculair en tegelijk toch heel technisch. Niets echter boven een Deashi-harai of een Okuri-ashi-harai die perfect lukt. De perfecte timing, een minimum aan inspanning met een maximum aan resultaat. Dat gevoel is altijd geweldig!” 

Kippenvelmomenten als topsporter

Als topsporter kende Leen enkele fijne momenten. “Mijn eerste bekertje ontving ik destijds als kadetje (nu U15), een gedeelde eerste plaats in de trofee van Antwerpen. Mijn beker heeft toen de hele nacht naast mijn bed gelegen,” lacht Leen. De 1ste medaille op een EK was ongetwijfeld een kippenvelmoment. “Het eerste euforisch gevoel van een EK medaille, is toch wel onbeschrijflijk. Toeval bepaalde dat mijn persoonlijke trainer Raf Tits toen op de stoel naast de tatami zat. Ook mijn ouders waren erbij. Het was een geweldige dag. Nog zo’n moment is mijn overwinning in de halve finale van de World Cup te Lissabon waar ik zilver haalde met een Deashi-harai in de eerste 5 seconden van de kamp. Dat gevoel, die voldoening, dat blijft me gewoon bij. Tegelijkertijd heb ik me in de finale bijna zelf in houdgreep gelegd, dus dat was dan weer een minder mooi momentje dat me bijgebleven is.”

Japan

Ook haar allereerste stage in Japan was een ervaring die haar altijd is bijgebleven. “Ik heb daar een heel zware, maar evenwel leuke tijd beleefd. Na het behalen van mijn tweede plaats op het WK, wat uiteraard ook een hoogtepunt was in mijn carrière, mocht ik als jongste van de groep mee. Kennismaken met die lange Japanse trainingen … Een zware, maar toch geweldige periode waar ik nog vaak aan terugdenk.”

Even op een laag pitje

Door de gezinsuitbreiding werd het judo toch even heel erg teruggeschroefd. “Zowel de tijd als de interesse in judo ontbraken me toen,” legt Leen uit. “Een periode die achteraf bekeken me persoonlijk misschien wel deugd deed en waardoor de goesting om opnieuw op de mat te staan weer groeide. Na toch wel enkele jaren afwezigheid heb ik na de geboorte van ons jongste dochtertje in augustus 2018 weer een jaartje opnieuw intensief kunnen voorbereiden. Het deed me meer deugd dan ik kon vermoeden. Ik heb met veel plezier mijn eindwerk afgemaakt, ingeoefend en mijn examen voorbereid. Uiteindelijk werd dit bekroond door het behalen van de 6de Dan.  Een periode waaraan ik met veel voldoening terugdenk.”  

Goede raad voor de jonge generatie

Met al die ervaring achter de kiezen, kunnen we niet anders dan Leen vragen om goede raad voor al die ontluikende judotalenten die Vlaanderen telt. Wees in alles wat je doet vooral eerlijk tegenover jezelf en je omgeving. Wil je iets bereiken en maak je een kans op slagen? Dan ga je er volledig voor,” aldus de voormalige topsporter. “Bepaal samen met je trainer wat je wil bereiken. Vallen en opstaan met je einddoel in het achterhoofd. Streef je iets na waar je zelf niet achter staat, waar je niet voluit voor kan gaan, dan moet er iets veranderen. Je eigen motivatie en inzet bepaalt in welke mate je tevreden terug zal kunnen kijken op je afgelegde parcours,” stelt Leen.

De trainer: een motivator met de juiste bagage

Als nieuwe DSKO zal Leen het beleid bepalen om ervoor te zorgen dat onze federatie gedegen trainers en coaches blijft opleiden die dan aan de slag kunnen in de clubs om daar dan weer het judo veilig en goed aan te leren aan de bestaande en steeds nieuwe generaties judoka’s. Wat is volgens Leen een goede trainer? “Dat is iemand die in de eerste plaats over voldoende technische en pedagogische kennis moet beschikken. Hiervoor hebben we uiteraard de verschillende opleidingen en bijscholingen. Een goede training is echter veel meer. Een goede trainer creëert een veilige en positieve omgeving. Hij denkt na over de fysieke en mentale mogelijkheden en vaardigheden van zijn judoka’s alvorens techniek aan te leren of fysieke inspanningen te verwachten. Hij weet zijn judoka’s te motiveren door de leerstof onderbouwd, gevarieerd en creatief te brengen. Hij kan afdalen wanneer nodig en een stapje versnellen wanneer mogelijk. Een goede trainer straalt persoonlijkheid uit. Hij is een voorbeeld voor zijn judoka’s. Hij traint zijn judoka’s niet enkel in fysieke en technische vaardigheden, maar geeft hen ook vaardigheden en waarden mee die grote meerwaarde zijn in de persoonlijke ontwikkeling van zijn judoka’s.”

Vlaamse Trainersschool

De DSKO van een Vlaamse sportfederatie is de belangrijke liaison met de Vlaamse Trainersschool (VTS). Waar moet volgens Leen de VTS op inspelen om meer trainers te kunnen opleiden gezien het veranderende profiel van ‘de’ sporter in onze huidige maatschappij? 

“Om meer trainers te bereiken, lijkt het mij voor de VTS een belangrijke denkoefening om de opleidingen en bijscholingen nog meer laagdrempeliger en toegankelijk te maken zonder in te boeten aan de kwaliteit van deze opleidingen. Een gegeven dat in onze meer technische sport, rekening houdende met o.a. onze leerlijnen, moeilijker ligt dan in andere sporten. In de huidige realiteit, onder invloed van de Coronacrisis, zet de VTS in op een digitaler aanbod van cursussen en bijscholingen. De verschillende webinars zijn hiervan reeds een voorbeeld. In welke mate dit voor het judo een oplossing kan vormen, is nog niet helemaal duidelijk. Het lijkt me wel een zekerheid dat we als federatie deze trein niet mogen missen. Deze versnelde digitalisering kan voor een aantal trainers en sporters misschien wel weer de drempel om deel te nemen aan bijscholingen en opleidingen verlagen. Het vraagt heel wat minder inspanning om een webinar van bij je thuis te volgen dan hiervoor een extra verplaatsing te maken. In zekere zin worden opleidingen en bijscholingen hierdoor toegankelijker,” aldus Leen.

Waar liggen de accenten voor onze federatie dan volgens haar? “Onze federatie heeft wat de opleiding van trainers betreft reeds een heel sterk parcours afgelegd,” oordeelt Leen.  “Jaarlijks worden er nieuwe trainers gevormd en stromen er trainers door. Het blijft echter heel belangrijk om deze aangroei van trainers jaarlijks te blijven waarborgen. We merken te vaak dat clubs dikwijls worden gedragen door een beperkt aantal trainers. We moeten eerlijk zijn. Eén of twee trainers kunnen immers geen club draaiende houden. Daarom moeten we ook in onze clubs streven naar een bredere basis aan trainers. Dus meer trainers vormen, liefst met doorstroming naar andere opleidingen.”

Ook de meerwaarde van het behalen van een trainersdiploma moet zichtbaarder worden, vindt de DSKO. “Tegelijk de cursussen toegankelijk en laagdrempelig houden binnen de mogelijkheden van onze sport. Waar mogelijk moeten we durven meestappen in de digitalisering die voor alle VTS-cursussen en -bijscholingen in een stroomversnelling zit.”

Specifieke doelgroepen

Leen pleit verder ook voor specifieke doelgroepen binnen onze sport. “Tevens hebben we met de Module G-judo en de Module 55+ twee specifieke modules als belangrijke aanvulling en onderdeel van het ‘Sport Voor Allen’-beleid.  Als federatie moeten we ook in ons aanbod aan bijscholingen aandacht blijven houden voor deze doelgroepen en andere belangrijke maatschappelijke tendensen.” 

Ambitieus

Als gemotiveerde kersverse DSKO is de ambitie groot. Leen staat klaar om de koe bij de horens te vatten. “De komende maanden en jaren liggen er ons wat uitdagingen te wachten,” stelt Leen. “De lopende cursussen moeten nog onder huidige Corona-omstandigheden worden afgewerkt. De cursussen 2021 moeten worden ingepland. De cursussen aspirant-initiator, initiator, de G-module en de instructeur B hebben wat bijsturing nodig. Er zal geschreven worden aan de cursus trainer B, in een volgende fase wordt ook de cursus trainer A herschreven. Onder de huidige omstandigheden komt tevens de vraag naar digitalisering van bijscholingen en cursussen op ons af. Hierin moeten wij als federatie nog richting vinden. We blijven een zeer technische en fysieke sport waarvoor de nodige instructie op de mat noodzakelijk blijft. Wat kunnen en willen we aanbieden? Wat niet? Zoals eerder vermeld ben ik ervan overtuigd dat we mee moeten in deze stroomversnelling. In welke mate is dit echter in onze sport haalbaar? Een hele puzzel en veel werk dat momenteel nog door een beperkt, maar zeer geëngageerd en kwaliteitsvol, lesgeverskorps wordt gedragen. Het zou fijn zijn dat we onze huidige groep in de loop van de volgende jaren kunnen uitbreiden. Zo creëren we meer mogelijkheden om verscheidene cursussen per jaar in te plannen waar we nu toch beperkt blijven. Samen met het leggen van bovenstaande puzzel van aanbod, bijsturing en digitalisering lijkt me dit voldoende uitdaging voor de komende jaren!”

Leen is mama van drie. “Ik hoop uiteraard ook dat al mijn kindjes willen kennismaken met het judo. Judo heeft immers altijd een grote meerwaarde in mijn leven gevormd. Robbe, de oudste, is acht en doet reeds twee jaartjes aan judo en heeft de kriebels al te pakken,” aldus nog Leen. Opvolging alvast verzekerd!

“Het is belangrijk om te weten dat onze federatie resoluut heeft gekozen om volop in te zetten op sportkaderopleiding,” stelt Operationeel Manager Sophie Block. “Immers, zorgen voor meer opgeleide trainers en initiators komt niet alleen de sport, maar ook onze clubs ten goede. Met Leen en haar achtergrond hebben we daarvoor de juiste persoon op de juiste plaats. Ik kijk er alvast naar uit om nauw met haar samen te werken en wens haar veel succes.”

Contactgegevens

Je kan Leen Dom bereiken via de volgende coördinaten:

GSM: +32 474 566 740

e-mail: leen.dom@vjf.be

 

Christian Pierre

 

 

Sponsors

Sponsors