Deel deze pagina:

Scheidsrechters die gecertificeerd zijn om op het allerhoogste internationale niveau kampen te leiden, zijn zeldzaam. Zeker in Vlaanderen. Het zijn bijgevolg witte raven. Sinds kort is de VJF zo’n witte raaf rijker: Oostendenaar Val Van Neste. Reden te meer dus voor de redactie van Judo Contact om naar Val’s club af te zakken voor een interview. Niettegenstaande de toen heersende verzengende hittegolf werd het een aangenaam gesprek.

Judo doorkruist het levenspad van Val reeds op jonge leeftijd. “Ik was zes. Het typische verhaal. Mijn buurjongen deed aan judo. Onze ouders kenden elkaar, je weet hoe dat gaat. ‘Kom eens naar de training kijken’. Zijn vader was ook een judoka geweest. Mijn vader ook. Ik heb nog twee zussen die ook judo hebben gedaan. Kortom, een echte familiesport. Zo wordt de judomicrobe snel doorgegeven”, legt Val uit.

Wat Val aanspreekt in het judo is het feit dat het een individuele sport is, of toch weer niet. “Judo is evenwel een individuele sport, maar je hebt wel iemand nodig om mee te trainen. Meestal zelfs in groep. Voor een wedstrijd kan je echter enkel op jezelf terugvallen. De combinatie van die twee, daar hou ik wel van”, vindt Val. “Er hangen ook enorm veel normen en waarden aan de judosport vast. Je merkt wel dat sommige mensen daar ook vandaag nog gevoelig voor zijn. Ouders en jongeren die op zoek gaan naar normen zoals respect. Ik vind dat wel mooi. Hier in onze club (Ostend Judoclub n.v.d.r.) zeker. Da’s ook één van de redenen waarom ik sinds mijn zes jaar nog altijd lid van deze club ben. Dat wordt hier bij wijze van spreken met de paplepel ingegeven. Jammer genoeg is dat niet overal zo. Van oorsprong is judo een Japanse sport en respect is een onlosmakelijk begrip in de Japanse samenleving. Hier in de club wordt dat ook hoog in het vaandel gedragen. Vandaar ook ergens mijn keuze om scheidsrechter te worden en ik dat ook al zo lang doe, omdat je het respect voor de sport, de tegenstander en ja ook wel de scheidsrechter voelt.”

Val’s keuze om scheidsrechter te worden, dankt hij aan zijn mentor, Jacques Martens, de voorzitter van zijn club. “Jacques, zelf voormalig internationaal scheidsrechter, heeft me in de juiste richting geduwd. Oostende was gaststad voor een Europees Kampioenschap en dan kom je in aanraking met de topatleten en referees. Ik heb ook lang judo op competitief niveau beoefend. Vroeg of laat kom je echter je grenzen tegen. En dan ga je zijpaden bewandelen. Het feit dat ik binnen de club enkele voorbeelden van Europees en Wereldniveau, zoals Jacques Martens en Thierry Clauw, heb gehad heeft mij ook gestimuleerd natuurlijk.”

De weg naar het A-certificaat van IJF-scheidsrechter is lang. “Ik ben gestart in 1998. In twaalf jaar tijd heb ik alle basisrangen doorlopen. Je start immers aan de basis. Dan word je provinciaal scheidsrechter, daarna kom je regionaal en nationaal in actie. Vanuit de nationale groep heb ik vervolgens examens meegedaan op Europees niveau. En op het Europese niveau word je dan verder opgevolgd en kom je in een rankingsysteem terecht. Wanneer je hoog genoeg staat in die ranking en wordt goedgekeurd door je federatie kan je meedoen aan het hoogste examen op wereldniveau.”

Het hoogste goed nastreven, dat vergt uiteraard een heuse tijdsinvestering. “Dat is wel zo. Aanvankelijk ga je arbitreren op toernooien in gans België, tijdens de weekends. Van zodra je operatief bent op continentaal niveau zijn dat uitgebreide weekends. Je vertrekt meestal vrijdagochtend en de maandagavond keer je terug. Alles wat continentale activiteit betreft, de eerste graad op Europees niveau, doe je mee aan toernooien op EJU-niveau. Vanaf dat je de A-licentie op zak hebt, kom je in aanmerking – je moet dan evenwel nog de selecties halen – om opgenomen te worden in het circuit van de Internationale Judofederatie, de Grand Slams, Grand Prix en WK’s. Dat is dan op selectie. Voor EJU-events mag elk land twee referees per toernooi aanduiden en uitzenden.”

Wat zijn nu de moeilijkheden of valkuilen waartegen een (top)referee zich moet wapenen? “Persoonlijk vind ik het moeilijk om op elk toernooi hetzelfde niveau te halen. Als je onder druk staat, is het voor mij iets makkelijker om geconcentreerd te zijn om dat niveau te bereiken. Als je zo’n aantal toernooien op hoger niveau hebt gearbitreerd en je komt dan plots op een lager gerankt toernooi, dan moet ik oppassen om de focus hoog genoeg te leggen om datzelfde hoge niveau van concentratie aan te houden. Dat is soms een uitdaging. Zeker in de beginjaren als scheidsrechter. Omdat je dan sneller op automatische piloot gaat arbitreren. Da’s ‘not done’ want dan mis je zaken. Het blijft een cliché, maar je bent maar zo goed als je laatste toernooi op welk niveau dat dan ook is”, vindt Val.

Scheidsrechter ben je niet alleen. “Gelukkig maar”, stelt Val. “Ook onze federatie maakt daar steeds meer werk van. Op internationaal niveau is er een commissie die al onze wedstrijden monitort. Na elk toernooi krijg je als referee een score en zo kom je in een ranking terecht. Op Europees niveau wordt er gestreefd om feedback te geven na elke kamp die je arbitreert. Vooral de laatste drie jaar worden er inspanningen geleverd om feedback te geven zodra je na een kamp de tatami verlaat.”

Ook tijdens de kamp word je bijgestaan. “In judo heb je een centrale scheidsrechter en langs de mat nog twee referees achter een videosysteem met de kamp in uitgestelde relais. Dus er is ondersteuning langs de zijlijn. Als het nodig is, kunnen zij samen met je begeleider de kamp met jou bespreken of de situatie herbekijken. En da’s niet vreemd vind ik. Als je visuele feedback krijgt van iets dat je verkeerd hebt gezien, heb je die aha-beleving.”

Niet alleen atleten worden geselecteerd. Ook scheidsrechters. “Met een computersysteem worden de vijftien scheidsrechters van een toernooi aangeduid. Het systeem houdt daarbij rekening dat iedereen evenveel wedstrijden arbitreert en dat je nooit op de tatami staat met atleten van je eigen land. Het aantal wedstrijden verschilt van toernooi tot toernooi alsook van jaar tot jaar. Bijvoorbeeld voor een pré- of post-Olympisch toernooi. Bovendien is elk toernooi qua arbitrage opgedeeld in twee delen. Enerzijds heb je de voorronde en anderzijds het finaleblok. Op basis van de prestaties van de referees in de voorronde, worden ze geselecteerd om de finales te arbitreren. Dat geeft je automatisch de juiste push om het beste van jezelf te geven”, aldus de Vlaamse topref.

Net zoals atleten zich motiveren voor elke kamp, doet de scheidsrechter dat ook. “Ik heb echter weinig nodig om mezelf te motiveren”, meent Val. “Mijn grootste motivatie is dat ik elk jaar nog steeds progressie boek. Het moment dat ik merk dat ik in mijn scheidsrechtercarrière ter plaatse blijf trappelen, vrees ik dat de motivatie iets moeilijker zal worden. Dus leren uit al mijn wedstrijden en daardoor telkens een stukje groeien da’s mijn grote motivatie.”

De Oostendenaar ziet zijn A-licentie niet als een eindpunt. Integendeel. “Nu ik tot de A-reeks van scheidsrechters behoor, hoop ik dat dit slechts het begin is van een nieuw hoofdstuk. Het behalen van deze badge daar ben ik best tevreden mee, maar indien dit het sluitstuk zou zijn, dan zou ik toch een beetje ontgoocheld zijn.” Hij kijkt dan vooral uit naar IJF Grand Slams. “Eerst start het met Grand Slams. De WK’s zijn voor de happy few, daar ben ik mij terdege van bewust. Die ambitie om daarbij te geraken, heb ik echter en mijn leeftijd heb ik ook mee. Ik ben immers één van de jongere refs.”

En de Olympische Spelen dan? “Op zich wil ik dat uiteraard graag, maar het is een hele kleine selecte groep van scheidsrechters. In Europa zijn we met 250 en er zijn er maar 5 die naar de Spelen worden uitgezonden. Het hangt van veel factoren af. Ga ik er geraken? Geen idee. Ik heb sowieso nog enkele jaren nodig om daar naartoe te groeien, maar dat is evenwel mijn ambitie.”

Sharing is caring … “De kennis die ik opdoe geef ik graag door”, stelt Val. “De bijscholingen die nu in België en Vlaanderen plaatsvinden, doe ik samen met collega’s. We zijn met een tiental. En in de club geef ik cursus om mensen te motiveren om scheidsrechter te worden omdat ik voel, en dat vind ik op zich toch heel belangrijk, dat men zich vaak heel lang focust als atleet op het wedstrijdniveau. Er zijn echter zoveel meer aspecten die bij judo komen kijken. Zoals ikzelf werd gemotiveerd om scheidsrechter te worden, vind ik het een beetje mijn plicht om anderen te motiveren om te arbitreren.”

Er is immers een tekort aan scheidsrechters. Een oud zeer dat je in veel sporten waarneemt. “Het is niet zozeer een probleem inzake het respect jegens de scheidsrechter, maar eerder de tijdsinvestering”, vindt Val. “Een scheidsrechter is gans de dag weg. Er is naast verplaatsingsvergoeding ook geen geld mee te verdienen. Je merkt dat ook aan de scheidsrechters dat ze echt wel gepassioneerd zijn voor het judo. Je doet het voor de eer en de liefde voor de sport. Zonder steun van je gezin lukt het niet. Ik ben daarom mijn echtgenote Kristl heel dankbaar voor de onvoorwaardelijke steun.”

In zijn carrière als scheidsrechter kan Val tot op heden terugblikken op heel wat mooie herinneringen. Wat hem bijvoorbeeld altijd zal bijblijven, is zijn eerste grote toernooi als scheidsrechter. “Het toernooi van Visé is toch wel het grootste van het land. De eerste keer ook dat ik als ref echt in contact kwam met topjudoka’s en andere referees. Zoiets blijft je bij.”  Val heeft ook heel wat anekdotes te vertellen. Da’s het mooie aan een rijk gevulde carrière. Hier volgt er eentje als afsluiter. “Ik had net mijn internationale badge behaald en vertrok naar mijn eerste Europese toernooi. Ik voelde me een hele mijnheer”, grapt Val. “Aangekomen op de luchthaven staat er een chauffeur te wachten voor een grote Mercedes met een bordje waarop ‘Belgium’ staat. Dus ik ernaar toe in de volle overtuiging, da’s mijn chauffeur. Toen ik echter wou instappen, werd ik letterlijk bij de kraag gegrepen door Franky De Moor, toen EJU Referee Commission Member en nu ondertussen Head Referee Commissioner, voor wie de auto bedoeld was. ‘Da’s nog niet voor jou kameraad!’ zei hij. Dus ik op een klein busje met mijn valies op de schoot samen met nog zo’n 25 Russen. Onmiddellijk gedaan met zweven en de voetjes terug op de grond. Reality check!”, sluit Val lachend af.

Christian Pierre

Sponsors

Sponsors