Deel deze pagina:

Op 27 augustus kwam Dirk Van Tichelt (-73kg) in actie op het WK in Tokio. Dirk, die na een ernstige knieblessure maanden out was, was zich terdege bewust dat de verwachtingen voor het WK moesten worden bijgesteld. In zijn eerste kamp tegen de Oostenrijker Lukas Reiter werd het onmiddellijk duidelijk dat wedstrijdritme onontbeerlijk is, zeker op een WK. Twee waza-ari’s tegen stelden een vroegtijdig einde aan de comeback.

“Het doel in mijn revalidatie was om hier klaar te staan en mee te doen. Als die revalidatie dan zo positief verloopt dan begin je voor jezelf de lat automatisch hoger te leggen en meer te verwachten. Je stelt je doelen bij aangezien het toch beter gaat. Op de stages was dat voor mij echt wel merkbaar. Het draaide wel lekker. Dan begin je te denken, dat wedstrijdritme heb je niet echt nodig. Op de wedstrijdmat word je echter onverbiddelijk met de realiteit geconfronteerd. Zeker op een WK. Een training is echt wel geen wedstrijd. Ik zat helemaal niet in de kamp. Terwijl ik op de laatste stage tegen mijn WK-tegenstander nog heb geoefend en toen neep ik hem plat. Nu echter in de wedstrijd was hij me steeds een seconde sneller af. Dit is de eerste keer na negen maanden dat ik terug in dat wedstrijdritme kom. Dat was ook al heel pittig. In mijn revalidatie heb ik veel gefietst. Mijn vetpercentage was ook gedaald. Ik heb meer spiermassa gekregen, maar je moet dan onder dat wedstrijdgewicht gaan. Dat was al heel hard, maar het is gelukt en ik voelde me wel goed. Misschien speelde dat ook wel mee dat ik minder snel was.”

Dirk had er evenwel zin in. “Ik had er zeker goesting in en conditioneel had ik nog overschot, maar te traag. Het WK was een uitstekend doel om vanuit mijn revalidatie naar toe te werken. Het blijft echter natuurlijk een WK en geen Grand Prix. Op zich blijft zes maanden revalidatie toch wel heel scherp.” Reeds een WK-prestatie op zich voor de atleet. “Ik blijf een topsporter, ik wel uiteraard altijd meer. Ik verwachtte er meer van, maar de realiteit durft al eens bijten.”

Dirk blijft evenwel zeer gemotiveerd. “Ik wil al onmiddellijk terug kampen en de volgende toernooien kunnen er niet snel genoeg aankomen. Hier ben ik tot het besef gekomen dat ik toch wel opnieuw wedstrijdritme moet vergaren om punten te pakken. Mijn doelstelling Tokio 2020 blijft. Binnen een viertal weken heb ik opnieuw een toernooi en daarna bijna om de twee weken een Grand Prix of Grand Slam. Dat moet nu iedere keer beter worden. Dat hoop ik toch. Op zich had ik deze keer een goede loting waar ik in principe toch wel enkele rondes kan meedraaien. Dat was ook de doelstelling om dan tevens reeds wat punten te sprokkelen voor de Spelen. Da’s nu niet gelukt. Kans gemist. Ik stond er evenwel al. Da’s waar ik me aan optrek. Ik bekijk het positief. Het was ook niet goed. Ik ben daar eerlijk in. Niet goed genoeg om hier op het WK te stunten. Vol goede moed verder nu.”

Dirk staat terug op de mat en met veel goesting. Dat is het belangrijkste. Realistisch gezien wist iedereen dat dit een moeilijk kampioenschap ging worden. Nu verder specifiek werk naar volgende competities. Dirk heeft de kwaliteiten en ervaring”, aldus Technisch Directeur Topsport Koen Sleeckx.

Dirk neemt nu in Tokio de taak op zich van sparringpartner voor Matthias Casse (-81kg) die op 28 augustus in het krijt treedt.

 

Christian Pierre