Deel deze pagina:

 

 

 

 

 

Adviezen van de ethische commissie aan de VJF

Advies nr. 1  - maart 2018

Inleiding.

1. De ethische commissie werd in de loop van juni 2017 binnen de Vlaamse judofederatie (VJF) opgericht enerzijds als adviesorgaan anderzijds als aanspreekpunt (integriteit).

De directe aanleiding voor de oprichting betrof een gemediatiseerde getuigenis van (seksueel) overschrijdend gedrag, waardoor de VJF enige tijd in het vizier werd genomen.

De VJF had echter al eerder aandacht voor ethisch sporten en deed nog voor de feiten die aanleiding gaven tot de oprichting van de ethische commissie het volgende:

De VJF hanteerde het basisprincipe Jita Kyoei oftewel “Algemeen welzijn en voorspoed” zoals vermeld in elk judoboek. Het welzijn en de integriteit van het individu zit dus reeds vervat in het DNA van deze sport .

Daarnaast werden de traditionele “Bushido” principes (gedragscode) reeds enkele jaren gepromoot binnen de clubs.

Oorspronkelijk werd een “verantwoordelijke ethiek” aangesteld. Deze verantwoordelijke ethiek stond/staat in voor het implementeren van het beleid rond seksueel grensoverschrijdend gedrag zoals de promotie van de gedragscode (“Bushido”) en meehelpen bij het uitvoeren van concrete actieplannen rond ethisch verantwoord sporten. Verder volgt de verantwoordelijke ethiek specifieke klachten rond geschillen binnen een club op. Bij voorkeur wordt deze functie opgenomen door een personeelslid van de federatie.

De VJF vermelde toen trouwens ook al op haar webstek:

Het ethisch sporten is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de Vlaamse overheid én ook van de Vlaamse Judofederatie. 

Ethisch sporten kadert rond drie pijlers: 

  • individuele of persoonlijke integriteit (fysieke, psychische en seksuele),
  • fair play 
  • sociale integriteit (solidariteit, diversiteit en inclusie).

Het belang van het kind en de jongere verdient binnen deze pijlers onze bijzondere aandacht.

Ook binnen de judosport is het cruciaal dat ieders integriteit gewaarborgd wordt en dat de VJF hierin een zichtbaar beleid voert op het vlak van goed bestuur en brede kwaliteit.

2. Het bestuur van de VJF heeft in de korte mediastorm waarin zij verzeilde kort op de bal gespeeld en aarzelde niet de behandeling van dit delicate onderwerp toe te vertrouwen aan personen die volledig onafhankelijk zijn van de werking van de VJF zelf en die multidisciplinair als deskundigen in hun materie, met affiniteit met sport in het algemeen, werden voorgesteld. De VJF richtte hiertoe de ethische commissie als permanent orgaan op. Deze is samengesteld uit Bart Meganck (magistraat, jurist, voormalig atleet), Caroline Jannes (zelfstandig sportpsycholoog), prof. dr. Evert Zinzen (bewegingswetenschapper, VUB, judoka) en dr. Els De Waegeneer (plaatsvervangend lid, bewegingswetenschapper, Universiteit Gent ).

De ethische commissie is opgericht door de VJF en werkt binnen de VJF. De leden van de ethische commissie zijn echter volstrekt onafhankelijk van de VJF. Zij hebben nooit enig bestuursmandaat binnen de VJF uitgeoefend. Binnen hun professionele functies hebben zij beroepsgeheim. Binnen de werking van de ethische commissie garanderen zij volstrekt vertrouwelijk en in alle discretie te werken. Alle leden hebben een uittreksel uit het strafregister (vroeger getuigschrift goed zedelijk gedrag) overgemaakt aan de VJF. De ethische commissie verstrekt geen informatie over concrete meldingen of dossiers inzake grensoverschrijdend gedrag die binnen haar werking behandeld worden, ook niet aan de VJF of VJF-bestuurders. Zij werkt echter wel samen met de federatie, eventueel via de “verantwoordelijke ethiek”, om algemene klachten rond de clubwerking aan te pakken. Bij adviezen aan de VJF kan de ethische commissie weliswaar algemeen lessen trekken uit de ervaringen met concrete dossiers, doch de ethische commissie zal nooit verwijzen naar een concreet dossier op een wijze dat de betrokkenen kunnen geïdentificeerd worden.

3. Volgens de toelichting op de webstek van de VJF is de ethische commissie een onafhankelijk adviesorgaan dat zowel aan vergunninghouders als aan sportclubs en aan de federatie advies verleent omtrent problemen en vragen rond ethisch sporten en op basis van de problemen die haar worden gesignaleerd aan de federatie richtlijnen kan geven omtrent het te voeren beleid inzake ethisch sporten.

De ethische commissie is een onafhankelijk orgaan van experts met twee grote doelen:

  • Een laagdrempelig aanspreekpunt zijn voor sporters.  Opvolging en behandelen van alle meldingen rond ethisch verantwoord sporten en concrete actieplannen bespreken met de melder;
  • Op basis van alle meldingen beleidsadviezen en acties formuleren aan de Vlaamse Judofederatie.  Deze kunnen onder meer betrekking hebben op:
    • Advies voor het ontwikkelen van tools;
    • Advies voor het uitwerken van informatiebeleid en/of vorming;
    • Adviezen op vlak van preventieve als reactieve acties;
    • Advies naar specifieke actieplannen;
    • Advies naar aanpassen/introduceren (nieuwe) reglementeringen.

4. Het werkterrein van de ethische commissie is dus het ethisch sporten. Dit is een ruim terrein. Als er zich hierover problemen stellen uit zich dat vaak in grensoverschrijdend gedrag. Ethisch sporten is de positieve pool van het werkveld: het doel; grensoverschrijdend gedrag is de negatieve pool van het werkveld, het probleem dat zich stelt.

Onder grensoverschrijdend gedrag in de context van judo als sport kan worden verstaan: geweld in al zijn vormen, pesten en ongewenst fysiek en seksueel gedrag naar aanleiding van de uitoefening en beleving van judo en dit binnen de structuur van een vereniging die lid is van de VJF.

Grensoverschrijdend gedrag is aldus ruimer dan seksueel grensoverschrijdend gedrag, al krijgt deze vorm het meest aandacht en geeft deze ook aanleiding tot de meeste publieke reacties.

Seksueel grensoverschrijdend gedrag is volgens de definitie van het Internationaal Centrum Ethiek in de Sport (ICES) elke vorm van seksueel gedrag of seksuele toenadering, in verbale, non-verbale of fysieke zin, waarbij niet wordt voldaan aan één of meerdere van zes criteria (wederzijdse toestemming, vrijwilligheid, gelijkwaardigheid, passend bij de context, passend bij de leeftijd of ontwikkeling en zelfrespect).

In de Wet Welzijn op het Werk wordt seksueel grensoverschrijdend gedrag omschreven als elke vorm van ongewenst verbaal, non-verbaal of lichamelijk gedrag met een seksuele connotatie dat als doel of gevolg heeft dat de waardigheid van een persoon wordt aangetast of een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende omgeving wordt gecreëerd (art. 32ter, 3°, wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk). Het is deze omschrijving die het departement Sport Vlaanderen zal aanwenden in een model van tuchtreglement dat in een nabije toekomst ter beschikking zal worden gesteld van de sportfederaties.

5. In dit kader moet de ethische commissie zelf op zoek gaan naar een concrete invulling van haar opdracht.

De rol van aanspreekpunt heeft de ethische commissie van bij aanvang actief op zich genomen. De ethische commissie stelde Caroline Jannes, die sportpsycholoog is en voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Sportpsychologie, aan als aanspreekpunt integriteit, zogenaamde API. Op het API werden reeds een belangrijk aantal meldingen ontvangen. Deze werden door Caroline Jannes als API genoteerd, gelezen en behandeld. Telkens neemt het API-lid op enige wijze contact op met de melder en heeft met de melder een gesprek, hetzij elektronisch, telefonisch of persoonlijk na een afspraak. Alle meldingen worden ook met de andere leden van de ethische commissie besproken hetzij kort na de melding hetzij tijdens de zittingen van de ethische commissie. Hierbij worden binnen de ethische commissie verdere acties binnen een specifiek meldingsdossier nagegaan en wordt het verder verloop van de melding opgevolgd. Acties kunnen zijn: uitnodiging van de melder voor bespreking met de leden van de ethische commissie, verdere contacten laten verlopen via het API, doorverwijzen voor strafrechtelijke of tuchtrechtelijke klacht, maar ook aanwijzen van mogelijkheden van psychologische of sociale hulpverlening, onderzoeken van mogelijkheden van bemiddeling en doorverwijzing hiertoe, …

De melder wordt steeds duidelijk gemaakt dat een melding via het API geen tuchtrechtelijke of strafrechtelijke klacht is. Het nut van het API is immers precies het, zo mogelijk, aanwijzen van de passende weg om gevolg te kunnen verkrijgen voor een melding of bekommernis. Het API of de ethische commissie hebben echter niet zelf de bevoegdheid om meldingen als klachten aanhangig te maken.

Een aandachtspunt, en dus een wijze van advies aan de VJF in de vorm van een vraag, kan zijn de ontvangst van dergelijke meldingen als officiële klachten nog meer te stroomlijnen door het voorzien van een of ander loket waarna een (tucht)dossier kan worden opgestart. Een vaak voorkomende ergernis bij melders is precies dat zij (de indruk hebben) niet gehoord (te) worden.

Gezien de meldingen soms eerder vaag zijn, of geen betrekking hebben op duidelijk te omschrijven tuchtfeiten of het soms (zeer) oude feiten betreft, is het aangewezen een specifiek (tucht)orgaan bevoegd te maken om na te gaan of er ernstige aanwijzingen van tuchtfeiten zijn. Zo kan vermeden worden dat sporters of enige andere leden verontrust worden met een effectieve tuchtrechtelijke vervolging bij elke melding van feiten waarvoor geen ernstige aanwijzingen zijn.

Een snellere behandeling van al dit soort feiten brengt, in het voordeel van de rust binnen de VJF en haar verenigingen, mee dat deze meldingen niet blijven hangen en periodiek kunnen opgerakeld worden, wanneer deze feiten hun beslag kregen in een voorgeschreven procedure. Op die wijze kan het verwijt “niets gedaan te hebben met/aan de meldingen” of niet gehoord te zijn geweest ook worden opgevangen.

Tegelijk kan een dergelijk snel filtermechanisme de nu heersende, perceptie bijstellen dat elke ‘klacht’ over ongewenst (seksueel) gedrag noodzakelijk gegrond is.

 

Sponsors

Sponsors